Transport management systeem en logistieke software in Nederland: welk feit staat wanneer vast
Een transport management systeem in Nederland wordt niet beoordeeld op zijn functielijst maar op één vraag per verplichting: staat het feit dat de uitkomst bepaalt vast vóórdat je moet handelen, op dat moment zelf, of pas erna? Bij de Eurovergunning van je charter (Wwg art. 2.5 en 2.14) staat het feit vooraf vast en is het openbaar te controleren — daar kan software echt iets. Bij de maximale betaaltermijn van 30 dagen (art. 6:119a lid 6 BW) hangt het aan een balansfeit van je wederpartij én aan de ontvangstdatum van de factuur; bij ketenaansprakelijkheid voor loon (art. 7:616a-616f BW) en bij de kwalificatie van een eigen rijder onder de Wet DBA staat het beslissende feit pas ná je handeling vast, en bestaat er geen controle die je vooraf kunt uitvoeren. Die volgorde — niet de datum — bepaalt of je een controle, een gedateerde vastlegging of een reconstrueerbare historie nodig hebt.
Bron: Overheid.nl / wetten.nl · NIWO · EUR-Lex / Publicatiebureau van de EU · Belastingdienst · Rijksoverheid · Autoriteit Persoonsgegevens · Logius.
Gegevens laatst bijgewerkt:
.
Op dinsdag besteedt een Nederlandse vervoerder een rit uit aan een vaste charter. Negen maanden later komen er over diezelfde rit drie vragen binnen, van drie verschillende kanten.
De eerste vraag komt van een chauffeur die je nooit hebt ingehuurd en nooit hebt gezien: hij wil weten wie er boven jou in de keten stond, en hij heeft daar recht op binnen twee weken. De tweede komt van de Belastingdienst, die bij een boekenonderzoek vaststelt dat je "zelfstandige" charter feitelijk onder jouw gezag reed. De derde komt van je eigen opdrachtgever, die de factuur pas op dag 74 betaalde en nu betwist dat er rente loopt.
Alle drie de vragen gaan over dezelfde rit. Maar ze worden op drie verschillende momenten beoordeeld — en dat is het enige wat er voor de keuze van je software toe doet. Bij de eerste vraag stond het beslissende feit al vast op het moment dat je uitbesteedde: je wist wie je opdracht gaf. Bij de tweede vormde het feit zich gaandeweg, rit na rit, en was het op dinsdag nog niet af. Bij de derde hing alles aan één datum die je systeem wel of niet heeft vastgelegd: de dag waarop je de factuur ontving.
Deze pagina behandelt geen functielijsten. Zij zet per Nederlandse verplichting drie momenten naast elkaar — het moment waarop jij moet handelen, het moment waarop het feit vaststaat en het moment waarop iemand ernaar kijkt — omdat de volgorde van die drie bepaalt wat software überhaupt voor je kan doen. Er staan met opzet geen datums in die kaart. Een datum verandert; de volgorde niet.
Wat bedoelen Nederlandse vervoerders eigenlijk met "transport management systeem", "TMS" en "logistieke software"?
De vier zoektermen die in Nederland op dit onderwerp worden ingetypt — transport management systeem, tms software, logistieke software en transportsoftware — dekken niet hetzelfde bereik, en het verschil is niet cosmetisch.
Transport management systeem / TMS — wordt meestal gebruikt voor de planning- en uitvoeringskant: ritten, chauffeurs, voertuigen, statussen, tarieven, facturatie van vracht.
Logistieke software — is ruimer en wordt ook gebruikt voor magazijn, voorraad en douane. Wie op dat woord zoekt, kan net zo goed een WMS bedoelen; daarvoor gelden andere bewijsvragen, die in voorraadbeheer software en WMS in Nederland staan.
Transportsoftware — wordt in de praktijk voor allebei gebruikt en zegt op zichzelf weinig over de scope.
Voor de vragen op deze pagina maakt die woordkeuze weinig uit, want de Nederlandse verplichtingen hangen niet aan de naam van het pakket. Zij hangen aan feiten: aan wie je uitbesteedde, wie de goederen laadde, wanneer een factuur binnenkwam, wie er op de bok zat en onder wiens gezag hij reed. De vraag is telkens of dat feit al bestond toen je handelde.
Welk feit staat wanneer vast — en wat betekent die volgorde voor je software?
Hieronder staan Nederlandse verplichtingen die een transportbedrijf raken. Per verplichting drie momenten: je handelingsmoment (wanneer jij iets moet doen of beslissen), het vaststellingsmoment (wanneer het feit dat de uitkomst bepaalt onveranderlijk is geworden) en het toetsingsmoment (de gebeurtenis waarbij iemand anders ernaar kijkt).
De leesregel staat in elke rij afzonderlijk: waar staat het vaststellingsmoment ten opzichte van jouw handelingsmoment — ervóór, erop, of erná? Dat is een verhouding binnen één rij, geen as waarlangs de rijen zich laten sorteren. Wat het voor je systeem betekent, volgt niet uit die verhouding maar uit de norm zelf; daarom staat de laatste kolom per rij apart en zegt hij per rij iets anders. Er staan met opzet geen datums in de kaart: een datum verandert, de verhouding niet.
Maximale betaaltermijn 30 dagen (art. 6:119a lid 6 BW) — Jouw handelingsmoment: Het overeenkomen van de betaaltermijn — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Vóór — de grootte van je wederpartij op twee opeenvolgende jaarrekeningdata; pas kenbaar nadat die jaarrekeningen zijn gedeponeerd — Wanneer erop wordt getoetst: Bij incasso of bij een geschil over de rente — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: De hoedanigheid van de wederpartij vastleggen als bewering mét peildatum en bron, niet als vast veld
Aanvang van de wettelijke handelsrente (art. 6:119a lid 2 BW) — Jouw handelingsmoment: Het inboeken van een inkomende factuur — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Op — de dag waarop je de factuur ontvangt; staat die datum niet vast, dan verschuift het aanknopingspunt naar de ontvangst van de prestatie — Wanneer erop wordt getoetst: Bij geschil — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: De ontvangstdatum zelf registreren, apart van de factuurdatum, en die datum niet stil kunnen overschrijven
€ 40 vergoeding zonder aanmaning (art. 6:96 lid 4 BW) — Jouw handelingsmoment: Niets — het loopt vanzelf — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Op — de dag na het verstrijken van de uiterste betaaldag — Wanneer erop wordt getoetst: Bij vordering — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: De uiterste betaaldag afleiden uit de geldige termijn, niet uit de termijn die iemand heeft ingetypt
Ketenaansprakelijkheid voor loon (art. 7:616a en 616b BW) — Jouw handelingsmoment: Het uitbesteden van de rit — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Ná — pas als de werkgever het loon niet betaalt en verhaal op de lagere schakel strandt — Wanneer erop wordt getoetst: In rechte, nadat de volgorde van art. 7:616b lid 2 is doorlopen — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Per rit vastleggen wie de opdracht gaf en aan wie is uitbesteed; het verweer van niet-verwijtbaarheid moet uit die vastlegging komen
Informatieplicht in de keten (art. 7:616e BW) — Jouw handelingsmoment: Het uitbesteden van de rit — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Ná — het verzoek van een werknemer die je niet kent, op een moment dat je niet kiest — Wanneer erop wordt getoetst: Het uitblijven van je antwoord op dat verzoek — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Binnen twee weken naam en woonplaats kunnen noemen van je wederpartij én van de partij bovenaan de keten
Territoriale werking van die aansprakelijkheid (art. 7:616c BW) — Jouw handelingsmoment: Het plannen van de rit — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Op — de laad- en de losplaats van die rit — Wanneer erop wordt getoetst: Tegelijk met de loonvordering — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Laad- en losplaats als harde velden, en erop kunnen selecteren
Kwalificatie van de arbeidsrelatie (Wet DBA) — Jouw handelingsmoment: Het inhuren van de eigen rijder — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Doorlopend en ná — de feitelijke uitvoering, die in de loop van de tijd kan veranderen — Wanneer erop wordt getoetst: Boekenonderzoek, met naheffing over het verleden — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Het feitelijke verloop registreren als bijproduct: wie plande, wiens voertuig, wie instrueerde
Eurovergunning van de vervoerder (art. 2.5 en 2.14 Wwg) — Jouw handelingsmoment: Het uitbesteden van de rit — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Vóór — de vergunning bestaat of bestaat niet, en is openbaar te raadplegen — Wanneer erop wordt getoetst: Wegcontrole of onderzoek achteraf — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: De uitkomst van de controle opslaan met datum en bron, per uitbesteding, niet één keer per relatie
Verwijtbaarheid van dezelfde uitbesteding (art. 7:616b lid 2 BW: de naast hogere schakel is aansprakelijk tenzij hem geen verwijt treft) — Jouw handelingsmoment: Het uitbesteden van de rit — hetzelfde moment als de rij hierboven — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Ná — wat je "had moeten weten" wordt pas ingevuld bij de beoordeling achteraf, aan de hand van wat je toen wél had kunnen zien — Wanneer erop wordt getoetst: Bij de loonvordering van een chauffeur die je niet kent — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Niet de uitkomst maar de verrichting bewaren: welk register op welke datum is geraadpleegd, wat er toen stond, en wat er in het dossier zat toen je tekende
Vrachtbrief aanwezig en toonbaar (art. 2.13 Wwg) — Jouw handelingsmoment: Het starten van de rit — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Op — het document is opgemaakt of niet — Wanneer erop wordt getoetst: Bij de eerste vordering onderweg — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Het document op het moment van vertrek koppelen aan de rit, niet er achteraf aan hangen
Grondslag voor het volgsysteem (AVG en UAVG) — Jouw handelingsmoment: Het aanzetten van de tracking — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Vóór — grondslag, noodzaakstoets, DPIA en OR-instemming moeten er al zijn — Wanneer erop wordt getoetst: Klacht of onderzoek achteraf — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Vastleggen wanneer welke verwerking is aangezet, met welk doel en welke bewaartermijn
E-factuur aan een overheidsopdrachtgever — Jouw handelingsmoment: Het versturen van de factuur — Wanneer het beslissende feit vaststaat: Vóór — de hoedanigheid van de ontvanger en zijn identificatienummer — Wanneer erop wordt getoetst: Bij afwijzing van de factuur, wat de betaling verschuift — Wat je systeem daarvoor moet kunnen: Per debiteur het factuurkanaal en het identificatienummer vastleggen
Eén verplichting kan twee feiten hebben die op verschillende momenten vaststaan — en dan valt zij niet in één rij te vangen — Twee voorbeelden staan hierboven, allebei bewust in twee rijen gesplitst.
De betaaltermijn — Of de wettelijke bovengrens 30 of 60 dagen is, hangt aan een gegeven uit de jaarrekening dat al bestond voordat je iets deed; wanneer de rente begint te lopen, hangt aan een datum die pas ontstaat als de factuur binnenkomt. Een systeem dat alleen het tweede feit vastlegt, beantwoordt de eerste vraag niet.
De uitbesteding — Dit tweede voorbeeld splitst in tegengestelde richting. Of de vervoerder een geldige Eurovergunning had, stond al vast voordat je belde: het is een openbaar en op dat moment kenbaar feit. Of jou een verwijt treft, staat pas achteraf vast — dat oordeel wordt gevormd op de zitting, over dezelfde uitbesteding. Dezelfde handeling, twee beslissende feiten, twee tegengestelde verhoudingen. Daarom is de kaart geen indeling van verplichtingen: één verplichting kan op twee plaatsen tegelijk staan.
De derde kolom is niet hetzelfde als “hoe lang mag je erover doen”. Bij de bewaarplicht van artikel 52 AWR staat het feit nú vast, maar wordt er veel later naar gekeken — en dan wordt gevraagd naar de toestand van tóén. Dat is een ander softwarevereiste dan snelheid: het is het vermogen om een historische toestand te tonen in plaats van de huidige.
Wat doet zo'n systeem functioneel, los van al deze verplichtingen?
Wie transport management systeem of tms software intypt, zoekt vaak eerst gewone oriëntatie. Die hoort erbij, al is zij niet het onderwerp van deze pagina. In de Nederlandse praktijk dekt de term grofweg zes werkgebieden:
Order en planning — een transportopdracht aannemen, hem aan een rit koppelen, en aan die rit een chauffeur, een trekker en een oplegger hangen; laad- en losadressen met tijdvensters.
Uitvoering — statussen onderweg, aankomst en vertrek per adres, afwijkingen en wachttijd.
Documenten — vrachtbrief of CMR, afleverbewijs, foto's en scans die aan de rit blijven hangen.
Tarieven en facturatie — een verkooptarief per klant of per traject, de inkoopkant als je uitbesteedt, en het verschil daartussen per rit.
Uitbesteding — de rit doorzetten naar een charter of eigen rijder, met een eigen opdracht en een eigen inkoopfactuur.
Koppelingen — naar de boekhouding, naar portalen of EDI van grote verladers, en naar boordcomputers of telematica.
De reden dat deze pagina niet op die zes lijstjes is gebouwd, staat in de kaart hierboven: elk van deze werkgebieden produceert onderweg een feit dat later beslissend blijkt. De planning legt de laad- en losplaats vast — het geografische criterium van artikel 7:616c lid 2 BW. De uitbesteding legt vast wie de opdracht gaf en aan wie — het gegeven waar een onbekende chauffeur negen maanden later naar vraagt. De facturatie raakt de dag waarop een inkomende factuur binnenkwam. Wie een pakket beoordeelt op de zes blokken alleen, kiest op wat het scherm laat zien; wie het beoordeelt op de feiten die eronder blijven staan, kiest op wat er over twee jaar nog van over is.
Hoe lang mag jouw factuur openstaan — en wanneer is de afgesproken termijn gewoon nietig?
Nederland kent voor handelsovereenkomsten geen enkele betaaltermijn maar een trap, en de bovenste trede hangt af van hoe groot je wederpartij is.
De hoofdregel (art. 6:119a lid 5 BW). Partijen kunnen een uiterste dag van betaling overeenkomen van "ten hoogste 60 dagen, tenzij zij uitdrukkelijk een langere termijn van betaling in de overeenkomst opnemen en deze termijn niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser". Bij die billijkheidstoets wegen mee: of de schuldenaar objectieve redenen heeft om af te wijken, de aard van de prestatie, en elke aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken.
De uitzondering (art. 6:119a lid 6 BW). In afwijking van lid 5 kunnen partijen géén uiterste dag van betaling overeenkomen van meer dan 30 dagen indien:
de schuldenaar een rechtspersoon is die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten van artikel 2:397 leden 1 en 2 BW; én
de schuldeiser een natuurlijk persoon is die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, óf een rechtspersoon die in diezelfde periode wél aan ten minste twee van die vereisten heeft voldaan.
Toets je betaaltermijn: is het beding geldig, en wanneer gaat de rente lopen?
De trap uit artikel 6:119a BW is met drie gegevens door te rekenen. Vul in wie er tegenover elkaar staan en welke termijn er is afgesproken; hieronder verschijnt of dat beding standhoudt, welke termijn ervoor in de plaats komt als het nietig is, en vanaf welke dag de wettelijke handelsrente van rechtswege loopt.
De grenzen waarmee gerekend wordt, met hun bepaling — Deze bedragen en termijnen komen uit het Burgerlijk Wetboek en staan hier voluit, zodat de uitkomst controleerbaar is zonder de pagina uit te voeren.
Hoofdregel voor de overeengekomen termijn — ten hoogste 60 dagen, tenzij partijen uitdrukkelijk een langere termijn opnemen en die niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser — art. 6:119a lid 5 BW
Uitzondering grote schuldenaar tegenover mkb-schuldeiser — ten hoogste 30 dagen; een beding in strijd daarmee is nietig — art. 6:119a lid 6 BW
Aanknopingspunt zonder geldige afspraak — 30 dagen na de aanvang van de dag volgend op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen; staat die datum niet vast, dan 30 dagen na de ontvangst van de prestatie — art. 6:119a lid 2 BW
Grenzen van art. 2:397 leden 1 en 2 BW — activa volgens de balans niet meer dan € 25.000.000; netto-omzet niet meer dan € 50.000.000; gemiddeld minder dan 250 werknemers — twee van de drie moeten worden gehaald, gemeten op twee opeenvolgende balansdata — art. 2:397 leden 1 en 2 BW
Vaste vergoeding voor invorderingskosten — ?? 40, verschuldigd zonder aanmaning zodra de rente gaat lopen — art. 6:96 lid 4 BW
Wat je invult — De schuldenaar (jouw opdrachtgever) · De schuldeiser (jij, of degene die factureert) · Afgesproken betaaltermijn · Is een termijn boven 60 dagen uitdrukkelijk in de overeenkomst opgenomen? · Datum waarop de schuldenaar de factuur ontving
Wat er wordt berekend — Hoogst toegestane termijn (30 of 60 dagen, of langer onder voorwaarden) · Houdt het afgesproken beding stand? (nietig of geldig, met de bepaling erbij) · Welke termijn ervoor in de plaats komt (bij een nietig beding wijst lid 2 het aanknopingspunt aan) · Eerste dag waarop de wettelijke handelsrente loopt (van rechtswege, zonder aanmaning) · Vaste vergoeding voor invorderingskosten (€ 40, zonder aanmaning verschuldigd)
De toets van lid 6 is een balanstoets over twee opeenvolgende balansdata en dus pas kenbaar nadat de jaarrekeningen zijn gedeponeerd; met de gegevens van vandaag kun je hem niet met zekerheid uitvoeren. Kies je “weet ik niet”, dan toont het hulpmiddel beide uitkomsten. Dit is een rekenhulp, geen juridisch advies.
Alles wordt in je eigen browser berekend; er wordt niets verstuurd of bewaard.
En dan de zin die het scherp maakt: "Een beding in een overeenkomst in strijd met de vorige zin is nietig."
Wat zijn die vereisten van artikel 2:397? Drie grenzen, waarvan je er twee moet halen: de waarde van de activa volgens de balans bedraagt niet meer dan € 25.000.000; de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 50.000.000; het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar is minder dan 250. Bij de toepassing tellen de cijfers van groepsmaatschappijen mee die in een consolidatie betrokken zouden moeten worden.
Voor een transportbedrijf betekent dit iets concreets. Een eigen rijder met een eenmanszaak is per definitie "een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf" en valt dus altijd aan de schuldeiserskant van deze regel. Een grote verlader die aan die eenmanszaak 60 dagen oplegt, legt een beding op dat nietig is — ongeacht wat er is getekend en ongeacht of beide partijen het jarenlang zo hebben gedaan.
Let op twee grenzen van de regel. De schuldenaar moet een rechtspersoon zijn: de tekst van lid 6 spreekt niet over een vennootschap onder firma of een eenmanszaak aan de schuldenaarskant. En de toets is een balanstoets over twee opeenvolgende balansdata, dus een fact dat pas kenbaar wordt als de jaarrekening is gedeponeerd — je weet vandaag niet met zekerheid wat er over het lopende boekjaar uit zal komen.
Wat komt er in de plaats van een nietig beding? Dat staat niet in lid 6. Maar als het beding wegvalt, is er geen overeengekomen uiterste dag van betaling meer, en dan wijst lid 2 het aanknopingspunt aan: de wettelijke rente is van rechtswege verschuldigd vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag volgend op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen — of, "indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat", vanaf 30 dagen na de ontvangst van de prestatie.
Die tussenzin is de reden dat deze regel een softwarevraag is. De ontvangstdatum van een inkomende factuur is in Nederland een juridisch werkend feit. Legt niemand hem vast, dan verdwijnt de vraag niet — het aanknopingspunt verspringt gewoon naar een ander moment, dat voor de crediteur meestal gunstiger ligt. Wie alleen een factuurdatum en een boekingsdatum vastlegt, kan de vraag van lid 2 niet beantwoorden: de ontvangstdatum is een apart gegeven en moet apart worden vastgelegd.
Wat de rente is. Artikel 6:120 lid 2 BW: de wettelijke rente van artikel 119a en 119b is gelijk aan de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie vóór de eerste kalenderdag van het betreffende halfjaar, vermeerderd met acht procentpunten, en zij wordt per halfjaar herrekend. Het percentage voor het lopende halfjaar volgt dus uit de ECB-stand; controleer dat cijfer bij de bron voordat je het in een aanmaning zet.
En er loopt nog iets zonder dat iemand iets doet. Artikel 6:96 lid 4 BW: bij een handelsovereenkomst bestaat de vergoeding van buitengerechtelijke kosten uit ten minste € 40, en "dit bedrag is zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken". Daarvan kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken. Er is dus een bedrag dat ontstaat door het verstrijken van een dag — en welke dag dat is, hangt af van of het termijnbeding geldig was.
Wie betaalt het loon van een chauffeur die niet bij jou in dienst is?
Deze regel staat niet in het vervoerrecht maar in het arbeidsrecht, en hij noemt het wegvervoer met zoveel woorden.
Artikel 7:616a lid 1 BW, tweede volzin: "Indien arbeid wordt verricht in dienst van de werkgever ter uitvoering van een overeenkomst van goederenvervoer over de weg of een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen over de weg zijn de werkgever en diens wederpartij hoofdelijk aansprakelijk voor de voldoening van het aan de werknemer verschuldigde loon."
Hoofdelijk. Niet subsidiair, niet naar rato: de chauffeur van je charter kan bij jou aankloppen voor het volle loon dat zijn eigen werkgever hem niet betaalde.
Artikel 7:616b lid 1 BW, tweede volzin, benoemt vervolgens wie er in een wegvervoerketen nog meer aan de beurt komen: "de afzender, de opdrachtgever van de expediteur, de expediteur en de vervoerder die niet de vervoerovereenkomst heeft gesloten met de afzender, maar aan wie de vervoerder de uitvoering van het goederenvervoer over de weg heeft toevertrouwd". Al deze partijen worden voor de toepassing van de artikelen 616b tot en met 616e als "wederpartij" aangemerkt.
De keten wordt in beginsel van onder naar boven afgelopen (art. 7:616b lid 2): pas als een vordering tegen de naast lagere schakel strandt — omdat die geen bekende woonplaats heeft, niet in het handelsregister staat, failliet is, of een onherroepelijk vonnis niet uitvoerbaar blijkt — schuift de vordering een trede op. Die volgorde wordt niet overgeslagen maar beklommen. Artikel 7:616b lid 4 laat de werknemer de partij bovenaan de keten aanspreken pas als aan vier voorwaarden tegelijk is voldaan: de vordering op grond van artikel 7:616a is gestrand wegens een omstandigheid uit lid 2; de werknemer heeft dat schriftelijk of elektronisch gemeld; hij heeft de vordering overeenkomstig lid 2 telkens tegen de naast hogere opdrachtgever of wederpartij ingesteld; en die vordering is een jaar na de melding niet voldaan. Lid 5 verkort die termijn naar zes maanden wanneer gedurende ten minste drie opeenvolgende maanden minder dan de helft van het verschuldigde loon of minder dan 70 procent van het toepasselijke minimumloon is betaald.
Praktisch betekent dat twee dingen tegelijk. De partij bovenaan de keten wordt niet meteen aangesproken — maar zij wordt wél aangesproken door iemand met wie zij nooit heeft gecontracteerd, over een rit die zij misschien nooit heeft gezien, en op een moment dat zij niet kiest. Wat haar dan helpt is uitsluitend wat zij op het moment van uitbesteden heeft vastgelegd.
Het verweer is er, maar het is geen controle. Artikel 7:616a lid 2 en artikel 7:616b lid 3 bepalen dat de opdrachtgever of wederpartij niet aansprakelijk is "indien hij in rechte aannemelijk maakt dat hem, gelet op de omstandigheden van het geval, niet kan worden verweten dat het loon niet is voldaan". Dat is precies het punt waar de kaart hierboven bijt: je kunt vooraf niet vaststellen of een charter zijn chauffeur zal betalen. Je kunt alleen op het handelingsmoment dingen vastleggen die later laten zien dat het jou niet te verwijten valt. Wat daarvoor volstaat, wordt door de rechter beoordeeld en niet door een leverancier — maar wat er zeker níét voor volstaat, is een administratie die achteraf niet meer kan tonen aan wie er is uitbesteed en tegen welk tarief.
En dan de termijn van twee weken. Artikel 7:616e lid 1 verplicht iedere opdrachtgever, opdrachtnemer, aannemer, werkgever of wederpartij om aan de werknemer desgevraagd schriftelijk of elektronisch de naam en woonplaats te verstrekken van (a) de partij met wie hij heeft gecontracteerd en (b) de partij die niet in opdracht van een ander handelt — de top van de keten. Verstrek je die gegevens niet binnen twee weken na het verzoek, dan mag de werknemer volgens lid 2 de ladder van lid 2 overslaan en jou direct aanspreken.
Dat is een van de weinige plekken in het Nederlandse transportrecht waar een administratieve tekortkoming rechtstreeks een aansprakelijkheidspositie verandert. En het is een vraag die je datamodel wel of niet kan beantwoorden: kun je, negen maanden na een rit, in twee weken uitdraaien wie jou de opdracht gaf en wie er bovenaan stond? Bij losse ritregels met één "klant" en één "vervoerder" is dat niet vanzelfsprekend.
Wanneer geldt dit niet? Artikel 7:616c lid 1 verklaart de artikelen 616a, 616b en 616d tot en met 616f van toepassing als de arbeid in Nederland wordt verricht, ongeacht het recht dat op de overeenkomst van toepassing is (de opsomming slaat 616c zelf over) — een rechtskeuze voor buitenlands recht helpt dus niet. Lid 2 geeft de enige begrenzing: het eerste lid is niet van toepassing op goederenvervoer over de weg waarbij de laad- en losplaats buiten Nederland zijn gelegen. De schakelaar is dus geografisch en zit in je ritgegevens, niet in je contracten. En artikel 7:616f sluit af: "Elk beding in strijd met de artikelen 616a tot en met 616e is nietig."
Dit is iets anders dan de fiscale ketenaansprakelijkheid. De Belastingdienst kent twee eigen regelingen. De ketenaansprakelijkheid maakt "de aannemer van een werk aansprakelijk voor de loonheffingen die zijn onderaannemer in verband met (een deel van) het werk moet afdragen" — die regeling is geschreven voor aanneming van werk, niet voor een vervoerovereenkomst als zodanig. De inlenersaansprakelijkheid treedt in werking "als een uitlener arbeidskrachten die in dienstbetrekking zijn, ter beschikking stelt aan een ander, de inlener" — dus wanneer je chauffeurs inleent in plaats van vervoer inkoopt. De inlener kan het risico beperken door een verklaring inzake betalingsgedrag te vragen, aan zijn administratieve verplichtingen te voldoen, en het deel van het factuurbedrag dat bestemd is voor loonheffingen en omzetbelasting te storten op een g-rekening van de uitlener.
Let op één detail dat in de eigen-rijderpraktijk beslissend is: de Belastingdienst schrijft dat hij géén medewerking verleent aan het openen van een g-rekening voor een zzp'er die in onderaanneming werkt, omdat die geen inhoudingsplichtige is — ook niet als de opdrachtgever daarom vraagt. Het instrument dat het onzichtbare feit moet afkopen, is dus juist bij de eenmansvervoerder niet beschikbaar.
Wat gebeurt er als je vaste charter eigenlijk een werknemer blijkt te zijn?
Sinds 1 januari 2025 geldt het handhavingsmoratorium rond arbeidsrelaties niet meer. De Belastingdienst beschrijft het gevolg zelf zonder omhaal: "Dit betekent dat we geen aanwijzingen meer geven. Stellen we schijnzelfstandigheid vast? Dan kunnen we dus direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen."
De boetekalender die daarbij hoort is exact:
In 2025 werden nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd.
Vanaf 1 januari 2026 kunnen vergrijpboetes wél worden opgelegd; verzuimboetes in 2026 nog niet.
Naheffen met terugwerkende kracht kan sinds 1 januari 2025, "maar nooit verder terug dan 1 januari 2025. Tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of als onze aanwijzing niet is opgevolgd. In dat geval kunnen we naheffen tot 5 jaar terug."
De modelovereenkomst is geen uitweg meer. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe overeenkomsten meer en verlengt hij bestaande niet. Goedgekeurde modelovereenkomsten die op 6 september 2024 geldig waren, mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2029 — met de uitdrukkelijke kanttekening dat ze "alleen zekerheid geven als opdrachtgever en opdrachtnemer werken zoals beschreven in de overeenkomst". Staat er in de overeenkomst zelf een andere einddatum, dan geldt 31 december 2029.
De reden die de Belastingdienst geeft, is precies de reden waarom dit onderwerp in de kaart hierboven aan de rechterkant staat: "De beoordeling van arbeidsrelaties is namelijk afhankelijk van hoe in de praktijk wordt gewerkt. En niet van hoe afspraken op papier zijn gezet."
En daarom volgt er ook een doorlopende opdracht, geen eenmalige: "Kwam u bij het begin van de werkzaamheden samen tot de conclusie dat er geen sprake is van loondienst? Controleer dan regelmatig of dat nog steeds zo is. Want de manier waarop u samenwerkt, kan in de loop van de tijd veranderen."
Wat er in 2026 wetgevend gebeurde. Op 6 maart 2026 heeft het kabinet het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) geschrapt en aangekondigd daarvoor een Zelfstandigenwet in de plaats te willen brengen. Uit hetzelfde bericht: de handhaving sinds 1 januari 2025 "blijft zo". Het kabinet wil daarnaast vaart maken met het deel van Vbar dat een rechtsvermoeden invoert voor zzp'ers die tot 38 euro per uur verdienen (peildatum 1 januari 2026); dat is op dit moment een voornemen bij een wetsvoorstel en geen geldend recht — controleer de stand bij de bron voordat je er iets op baseert.
Wat software hier wel en niet kan. Geen veld kan deze kwalificatie vaststellen; die volgt uit de feitelijke uitvoering en wordt achteraf gewogen. Wat een systeem wél doet, is die feitelijke uitvoering registreren zonder dat iemand dat bedoelt: wie de rit inplande, wiens voertuig werd gebruikt, wie de instructie stuurde, of er een vervanger mocht rijden, hoeveel opdrachtgevers de charter in dezelfde periode had. Dat spoor ontstaat als bijproduct van het werk en is daarom het enige materiaal in dit dossier dat niet achteraf is opgeschreven.
Mag je een rit uitbesteden aan een vervoerder van wie je de vergunning niet hebt gecontroleerd?
Hier ligt het feit vóór je handelingsmoment én is het openbaar. Dat is zeldzaam, en het is de reden dat de wet hier meer van je mag verwachten.
De vergunningplicht. Artikel 2.1 lid 3 van de Wet wegvervoer goederen verklaart de Europese beroepsverordening van toepassing op beroepsvervoer door een in Nederland gevestigde ondernemer "dat wordt verricht met één of meer vrachtauto's met een laadvermogen van meer dan 500 kilogram of met een toelaatbare maximummassa van meer dan 2,5 ton". De NIWO formuleert het praktisch: het gaat niet om het gewicht van de lading maar om wat er op het kentekenbewijs staat, en de grens van 2.500 kg toegestane maximum massa geldt sinds 1 januari 2024. De vergunning geldt voor binnenlands én internationaal vervoer en heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar, telkens met vijf jaar verlengbaar (art. 2.1 lid 1 Wwg).
De verboden. Artikel 2.5 Wwg verbiedt beroepsvervoer zonder geldige communautaire vergunning (lid 1) en zonder "de aanwezigheid in de vrachtauto van een eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning" (lid 2). Artikel 2.7 verbiedt de vergunninghouder om een gewaarmerkte kopie, al dan niet tegen betaling, aan een derde ter beschikking te stellen voor beroepsvervoer — lenen mag dus niet, en dat verbod geldt ook voor degene die de kopie krijgt. De NIWO voegt daar een operationele eis aan toe: per 1 januari 2024 moet het kenteken waarmee wordt gereden op "actief" staan in het voertuigregister.
En dan artikel 2.14 Wwg, dat de vraag naar jouw administratie maakt: "Het is voor een vervoerder, een afzender of een expediteur verboden om goederenvervoer over de weg te doen verrichten in strijd met de artikelen 2.2 (…) en 2.5, indien hij weet of, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, had moeten weten, dat dit goederenvervoer wordt verricht in strijd met de voornoemde artikelen."
"Had moeten weten" is een norm die zich richt op wat je redelijkerwijs had kunnen nagaan. En nagaan kán hier: zodra de NIWO een vergunning verleent, is dat volgens de NIWO "voor iedereen online te vinden" via het overzicht van vergunninghouders. Er bestaat dus een publieke bron, op het moment dat je uitbesteedt.
Wat daaruit volgt voor je systeem is smal en concreet: een controle die niet is vastgelegd, heeft geen bewijswaarde, en een controle die is vastgelegd zonder datum en zonder bron is niet te onderscheiden van een controle die nooit is uitgevoerd. Het veld dat je nodig hebt is geen vinkje "vergunning in orde" bij de relatie, maar per uitbesteding: welke uitkomst, op welke datum, uit welke bron.
De financiële eis, en een valkuil. De NIWO stelt het risicodragend vermogen op "€ 9.000 bij de inzet van één voertuig. Voor elk volgend voertuig komt daar € 5.000 bij", aan te tonen met een balans plus een samenstellingsverklaring van een NBA-, NOAB- of RB-deskundige. Verordening (EG) nr. 1071/2009, artikel 7 lid 1, kent daarnaast lagere bedragen: € 900 voor elk extra voertuig van meer dan 2,5 ton maar niet meer dan 3,5 ton, en een aparte trap van € 1.800 voor het eerste en € 900 voor elk volgend voertuig — maar die laatste trap geldt uitsluitend voor "ondernemingen die goederenvervoer over de weg verrichten met uitsluitend motorvoertuigen of samenstellen van voertuigen met een toelaatbare maximummassa van meer dan 2,5 ton maar niet meer dan 3,5 ton". Bij een gemengde vloot geldt die lage trap dus niet. De verordening laat lidstaten bovendien toe te verlangen dat voor die lichte voertuigen dezelfde bedragen worden aangetoond als voor de zware; welke keuze Nederland heeft gemaakt, blijkt niet uit de geraadpleegde NIWO-pagina — bevestig dat bij de NIWO voordat je met de lage bedragen rekent.
De vrachtbrief. Artikel 2.13 lid 1 Wwg verbiedt het om beroepsvervoer te verrichten "of te doen verrichten" als er geen vrachtbrief is opgemaakt, of als "de volledig en juist ingevulde vrachtbrief niet getoond kan worden bij de eerste vordering" door de aangewezen toezichthouders. Het verbod raakt dus ook de opdrachtgever. Over de elektronische variant en de Europese lijn daarachter — de eFTI-verordening en haar toepassingsdatum in 2027 — staat meer op de pagina over de e-CMR en de vrachtbrief in Nederland.
Wat mag je eigenlijk vastleggen over de chauffeur zelf?
Zodra je een voertuigvolgsysteem aanzet, verwerk je persoonsgegevens van je werknemers, en dan gelden de eisen van de AVG en de Uitvoeringswet AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens noemt "een track & trace-systeem in bedrijfswagens (zoals een gps-tracker of black box)" met zoveel woorden als vorm van monitoring waarvoor de algemene regels gelden.
Die regels, in de bewoordingen van de toezichthouder:
Grondslag — Zonder grondslag is het niet toegestaan werknemers te controleren; "vaak zal de grondslag gerechtvaardigd belang van toepassing zijn". Uitdrukkelijk niet aan te raden is toestemming: "werknemers kunnen een verzoek van hun werkgever moeilijk weigeren. Dit heeft te maken met de machtsverhouding tussen u en uw werknemers. Daardoor is (uitdrukkelijke) toestemming niet goed te gebruiken als grondslag voor het monitoren van personeel."
Noodzaak — Je moet je doel niet op een minder ingrijpende manier kunnen bereiken.
Informeren — Werknemers moeten weten wat wel en niet mag, dat controle mogelijk is, waarom en wanneer je controleert, op welke manier, en om welke gegevens het gaat.
Instemming van de ondernemingsraad — Voor een regeling over personeelscontrole, zoals een personeelsvolgsysteem, vraag je vooraf instemming aan de OR: "Stemt de OR er niet mee in, dan mag u niet controleren."
DPIA — Voor stelselmatige monitoring — de AP noemt expliciet "gps-trackers in (vracht)auto's van werknemers" — moet je eerst een data protection impact assessment uitvoeren. Blijkt daaruit een hoog risico dat je niet kunt beperken, dan volgt een voorafgaande raadpleging van de AP voordat de controle start.
Alle vijf staan vóór het moment waarop je de functie aanzet. Dat is de reden dat deze rij in de kaart anders werkt dan de rest: een grondslag die je achteraf kiest, repareert de verwerking van gisteren niet. Het aanzetten van de functie is hier de handeling, en de verplichting is er al voordat je hem verricht.
Eén praktische noot voor wie personeel inleent: de fiscale inlenersregeling verlangt vastlegging van identiteitsgegevens en gewerkte uren van de ingeleende krachten, terwijl de AVG verlangt dat je die gegevens alleen voor dat doel gebruikt en niet langer bewaart dan nodig. Dat zijn geen strijdige eisen — het is dezelfde vastlegging met een strak omschreven doel — maar het is wel een reden om die gegevens niet zomaar in de algemene ritadministratie te laten meelopen.
Moet je facturen elektronisch versturen, en aan wie?
In Nederland is de e-factuurverplichting op dit moment een verplichting richting de overheid, niet richting het bedrijfsleven in het algemeen.
Logius, de beheerder van de rijksvoorzieningen, formuleert het zo: "Levert u goederen of diensten aan de Rijksoverheid? Dan moet u elektronisch factureren." En: "De Rijksoverheid en alle overige aanbestede diensten (zoals gemeenten, provincies en waterschappen) kunnen e-facturen ontvangen en verwerken. Voor iedereen die goederen of diensten aan de Rijksoverheid levert is e-factureren verplicht."
Drie punten die in transportadministraties fout gaan:
Een pdf per e-mail is geen e-factuur — "Een e-factuur is een elektronisch bestand dat per computer wordt aangeleverd. Een e-factuur wordt automatisch verwerkt. Facturen die per e-mail worden gestuurd, bijvoorbeeld als pdf, zijn geen e-facturen."
Je hebt het identificatienummer van je opdrachtgever nodig — Het Organisatie-identificatienummer (OIN) hoort in de e-factuur; je kunt het opvragen bij je opdrachtgever of opzoeken in de Peppol Directory.
Formaat en aflevering zijn twee dingen — Verzending loopt vaak via het Peppol-netwerk, rechtstreeks of via een dienstverlener, of via het Leveranciersportaal van de Rijksoverheid; bij grote volumes kan een directe aansluiting op Digipoort. Software die het juiste bestand kan maken, heeft daarmee nog geen afleverkanaal.
Voor de inhoud beheert Logius de Handreiking basisfactuur Rijk, die beschrijft wat er ingevuld moet worden en die softwareleveranciers gebruiken om de ondersteuning in hun pakket in te richten.
Voor gewone B2B-facturen tussen bedrijven onderling noemt geen van de hier geraadpleegde officiële bronnen een algemene Nederlandse verplichting. Haal die vraag niet door elkaar met de Europese plannen voor digitale rapportage: dat is een apart traject met een eigen tijdlijn, en die tijdlijn moet je bij een officiële bron controleren en niet uit een leverancierspagina overnemen.
Welke vragen kun je een leverancier stellen waarvan het antwoord controleerbaar is?
Vragen die met "ja, dat ondersteunen wij" beantwoord kunnen worden, leveren niets op. Deze zijn zo geformuleerd dat het antwoord een demonstratie is.
Laat zien waar de ontvangstdatum van een inkomende factuur staat — apart van de factuurdatum en van de boekingsdatum. Kan die datum achteraf worden gewijzigd, en blijft die wijziging zichtbaar? (art. 6:119a lid 2 BW)
Neem één afgeronde rit en toon in één scherm wie de opdracht gaf, aan wie is uitbesteed en welke partij bovenaan de keten stond — Kan dat overzicht binnen twee weken worden opgeleverd voor een rit van negen maanden geleden? (art. 7:616e BW)
Toon hoe een vergunningcontrole wordt opgeslagen — uitkomst, datum, bron, en aan welke uitbesteding die controle hangt. Als het een vinkje bij de relatie is: hoe zie je dan of het vóór of ná deze rit is aangevinkt? (art. 2.14 Wwg)
Laat zien waar laad- en losplaats staan en of je erop kunt filteren — Kun je in één handeling alle ritten selecteren waarbij zowel laden als lossen buiten Nederland lag? (art. 7:616c lid 2 BW)
Toon de toestand van een rit zoals die er op een datum in het verleden uitzag — niet de huidige toestand. Als het systeem alleen de laatste waarde kent, weet je nu al hoe de reconstructie over vijf jaar verloopt.
Vraag welk e-factuurformaat wordt geproduceerd én of het bestand ook wordt afgeleverd — en via welk kanaal. Dit zijn twee losse antwoorden.
Vraag welke gegevens worden vastgelegd zodra het voertuigvolgsysteem aan staat — met welke bewaartermijn, en of het systeem registreert wanneer die functie is aangezet en door wie. Dat laatste is het enige wat later laat zien dat je grondslag er eerder was dan de verwerking.
Wat doet Logistivo hier wel, en wat niet?
Logistivo is een Nederlandstalige pagina over een product dat niet in het Nederlands bestaat: de interface is er alleen in het Turks en het Engels. Wie een pakket met een Nederlandstalige gebruikersomgeving nodig heeft — bijvoorbeeld omdat chauffeurs of planners daarop staan — moet hier stoppen. De rest van deze paragraaf gaat alleen over wat in de code van het platform terug te vinden is.
Wat er is:
De keten per zending, niet als vast veld — Partijen hangen niet als losse kolommen aan een rit, maar in een aparte koppeltabel met een rol (sender, receiver, carrier, organizer, sender_customs_broker, receiver_customs_broker) en een positie, waarbij positie 0 de hoofdpartij is en hogere posities aanvullende of onderliggende partijen. Meerdere vervoerders per zending zijn daarmee normaal in plaats van een uitzondering. Dat is de datastructuur waarmee een ketenvraag zoals in artikel 7:616e beantwoordbaar wordt; het systeem produceert die opgave niet zelf.
Documenten met datums en een verificatiestatus — Geüploade documenten dragen onder meer een afgiftedatum, een geldigheidsdatum en een verificatiestatus met tijdstip. Een vergunningkopie van een charter kan dus met datum en status worden vastgelegd. Wat er níét is: een koppeling met het openbare register van de NIWO of met de Kamer van Koophandel — de waarde in het systeem is wat iemand heeft geüpload, niet wat een register op dat moment zei.
Statusgeschiedenis per rit — Statuswijzigingen worden met datum bewaard in een aparte historietabel, naast de rit zelf.
Locatiegegevens van chauffeurs — worden vastgelegd in een aparte MongoDB-collectie. Alles wat hierboven over grondslag, DPIA en OR-instemming staat, geldt onverkort voordat zoiets wordt aangezet; het platform neemt die beoordeling niet over.
E-factuurbestanden — Er zijn generatoren voor UBL BIS 3.0 (met de Peppol BILLING 3.0-identificatie), Factur-X en XRechnung, en er is een inleesmodule voor binnenkomende UBL- en CII-facturen.
Wat er niet is, en wat je dus elders moet regelen:
Geen Peppol-aflevering — Het systeem kan een UBL-bestand met een Peppol-profielaanduiding maken, maar er zit geen aansluiting op het Peppol-netwerk in; het bestand wordt niet afgeleverd. Voor facturatie aan Nederlandse overheidsopdrachtgevers is dat het ontbrekende stuk.
Geen NLCIUS — Dit is voor een Nederlandse lezer het zwaarste ontbrekende stuk: er is geen NLCIUS-generator en geen NLCIUS-validatie in het platform. NLCIUS is de Nederlandse nationale invulling van EN 16931 en het formaat waar Nederlandse overheidsopdrachtgevers om vragen. Wat er wél is, is XRechnung — de Duitse nationale invulling, en ook die is onvolledig: de nationale schematroncontrole staat in de code nog als openstaand punt, zodat de generator alleen op de onderliggende UBL-regels valideert. Een Duits controleprofiel vervangt geen Nederlands controleprofiel.
Geen FatturaPA — Die generator geeft bij elke aanroep een foutmelding terug en is dus geen bruikbaar profiel.
Geen apart veld voor de ontvangstdatum van een inkomende vrachtfactuur — De vrachtfactuurtabel kent een factuurdatum en het tijdstip van uploaden; het juridisch werkende feit uit artikel 6:119a lid 2 BW heeft daar geen eigen plaats.
De boekhouding staat op het Turkse rekeningschema — Het grootboek is opgezet met Turkse standaardrekeningen (100 Kasa, 102 Bankalar, 120 Alıcılar en verder); een Nederlandse rekeningschema-indeling zit er niet in.
En de prijs, met de juiste kolom. De pakketten verschillen per paneel. Voor het vervoerders- en douanepaneel begint het bij € 99 per maand (regulier € 199) en loopt het via € 229 tot € 499; voor het paneel van de ladingeigenaar begint het bij € 9 per maand en loopt het via € 29, € 49, € 99 en € 229 tot € 499. Wie zich als vervoerder registreert ziet dus andere pakketten dan een ladingeigenaar. De facturatie is maandelijks: perioden lopen per maand door, niet per 30 dagen — een verschil dat precies in de betaaltermijndiscussie van deze pagina zichtbaar wordt.
Alle geciteerde bepalingen zijn op 18 augustus 2026 geraadpleegd in de op dat moment geldende tekst; de bronnen staan onderaan deze pagina. Twee voorbehouden horen erbij. Het handhavingskader rond de kwalificatie van arbeidsrelaties is de afgelopen jaren meermalen verschoven — controleer de stand van zaken bij de Belastingdienst voordat u er een planning op bouwt. En deze pagina is een hulpmiddel bij een keuze, geen juridisch advies: laat uw eigen contracten en ritgegevens beoordelen voordat u iets vastlegt.
Bron
Overheid.nl / wetten.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 6, art. 96 lid 4, 119a, 119b en 120 (betaaltermijnen, wettelijke handelsrente, 40 euro vergoeding) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289
Overheid.nl / wetten.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 2, art. 397 leden 1 en 2 (groottecriteria: 25 mln activa, 50 mln netto-omzet, 250 werknemers) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0003045
Overheid.nl / wetten.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 616a t/m 616f (ketenaansprakelijkheid voor loon, uitdrukkelijk voor goederenvervoer over de weg) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290
NIWO — Eurovergunning aanvragen bij de NIWO — voorwaarden, financiële draagkracht 9.000/5.000 euro, vergunningbewijs, voertuigregister — https://www.niwo.nl/eurovergunning/
EUR-Lex / Publicatiebureau van de EU — Verordening (EG) nr. 1071/2009, artikel 7 (financiële draagkracht; 900 euro voor lichte voertuigen, 1.800/900 alleen bij uitsluitend lichte vloot) — https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02009R1071-20220221
Belastingdienst — Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst (einde handhavingsmoratorium 1-1-2025, vergrijpboetes vanaf 1-1-2026, terugwerkende kracht) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/arbeidsrelaties/content/handhaving
Belastingdienst — Geen nieuwe modelovereenkomsten meer (sinds 6 september 2024; bestaande geldig tot en met 31 december 2029) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/arbeidsrelaties/content/geen-nieuwe-modelovereenkomsten-meer
Rijksoverheid — Aanpak schijnzelfstandigheid — controle door de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 — https://www.rijksoverheid.nl/themas/werk/zelfstandigen-zonder-personeel-zzp/aanpak-schijnzelfstandigheid
Rijksoverheid — Kabinet kiest voor meer rust en duidelijkheid voor zzp'ers en opdrachtgevers (schrappen verduidelijkingsdeel Vbar, 6 maart 2026) — https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/03/06/kabinet-kiest-voor-meer-rust-en-duidelijkheid-voor-zzpers-en-opdrachtgevers
Autoriteit Persoonsgegevens — Voorwaarden voor controle werknemers (grondslag, toestemming en machtsverhouding, DPIA bij gps in vrachtauto's, instemming OR) — https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/themas/werk-en-uitkering/controle-van-werknemers/voorwaarden-voor-controle-werknemers
Belastingdienst — Ketenaansprakelijkheid (aanneming van werk; geen g-rekening voor zzp'ers in onderaanneming) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/aangifte_betalen_en_toezicht/aansprakelijkheid/ketenaansprakelijkheid
Logius — Hoe werkt e-factureren? (verplicht voor leveranciers aan de Rijksoverheid, pdf is geen e-factuur, OIN, Peppol Directory) — https://www.logius.nl/onze-dienstverlening/gegevensuitwisseling/e-factureren/hoe-werkt-het
Veelgestelde vragen
Geldt de maximale betaaltermijn van 30 dagen voor elke grote opdrachtgever?
Nee. Artikel 6:119a lid 6 BW stelt twee voorwaarden tegelijk. De schuldenaar moet een rechtspersoon zijn die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten van artikel 2:397 leden 1 en 2 BW (activa niet meer dan 25 miljoen euro, netto-omzet niet meer dan 50 miljoen euro, gemiddeld minder dan 250 werknemers). En de schuldeiser moet een natuurlijk persoon zijn die handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf, of een rechtspersoon die in diezelfde periode wel aan ten minste twee van die vereisten voldeed. Is aan beide voldaan, dan is een beding met een langere termijn nietig.
Wat gebeurt er als de betaaltermijn in het contract nietig is?
Lid 6 zegt alleen dat het beding nietig is. Valt dat beding weg, dan is er geen overeengekomen uiterste dag van betaling meer en wijst artikel 6:119a lid 2 BW het aanknopingspunt aan: de wettelijke rente is van rechtswege verschuldigd vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag volgend op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen. Staat die ontvangstdatum niet vast, dan gaat de teller lopen vanaf 30 dagen na de ontvangst van de prestatie.
Kan een chauffeur die niet bij mij in dienst is mij aanspreken voor zijn loon?
Ja, dat kan. Artikel 7:616a lid 1 BW bepaalt voor een overeenkomst van goederenvervoer over de weg dat de werkgever en diens wederpartij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het aan de werknemer verschuldigde loon. Artikel 7:616b lid 1 breidt dat uit naar de afzender, de opdrachtgever van de expediteur, de expediteur en de vervoerder aan wie de uitvoering is toevertrouwd. U bent niet aansprakelijk als u in rechte aannemelijk maakt dat het u niet kan worden verweten dat het loon niet is betaald (art. 7:616a lid 2 en 7:616b lid 3 BW).
Geldt de Nederlandse ketenaansprakelijkheid voor loon ook bij buitenlands recht op het contract?
Ja. Artikel 7:616c lid 1 BW verklaart de artikelen 616a, 616b en 616d tot en met 616f van toepassing als de arbeid in Nederland wordt verricht, ongeacht het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst of de vervoerovereenkomst. De enige uitzondering staat in lid 2: het geldt niet voor goederenvervoer over de weg waarbij zowel de laadplaats als de losplaats buiten Nederland liggen.
Wat moet ik binnen twee weken kunnen aanleveren als een chauffeur daarom vraagt?
Artikel 7:616e lid 1 BW verplicht iedere schakel in de keten om op verzoek van de werknemer schriftelijk of elektronisch naam en woonplaats te verstrekken van de partij met wie hij heeft gecontracteerd en van de partij die niet in opdracht van een ander handelt, dus de top van de keten. Verstrekt u die gegevens niet binnen twee weken na het verzoek, dan mag de werknemer de volgorde van artikel 7:616b lid 2 overslaan en u direct aansprakelijk stellen.
Wat is er sinds 1 januari 2025 veranderd aan de handhaving op schijnzelfstandigheid?
Het handhavingsmoratorium is vervallen. De Belastingdienst geeft geen aanwijzingen meer en kan bij vastgestelde schijnzelfstandigheid direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. In 2025 werden nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd; vanaf 1 januari 2026 kunnen vergrijpboetes wel worden opgelegd, verzuimboetes in 2026 nog niet. Naheffen met terugwerkende kracht kan niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of een niet opgevolgde aanwijzing; dan geldt vijf jaar.
Beschermt een modelovereenkomst mij nog tegen schijnzelfstandigheid?
Slechts beperkt. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer en verlengt hij bestaande niet. Overeenkomsten die op 6 september 2024 goedgekeurd en geldig waren, mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2029, maar geven alleen zekerheid als opdrachtgever en opdrachtnemer ook echt werken zoals in de overeenkomst is beschreven.
Moet ik controleren of mijn charter een Eurovergunning heeft?
Artikel 2.14 van de Wet wegvervoer goederen verbiedt een vervoerder, afzender of expediteur om goederenvervoer te doen verrichten in strijd met onder meer artikel 2.5 Wwg, indien hij weet of, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, had moeten weten dat dat het geval is. Artikel 2.5 verbiedt beroepsvervoer zonder geldige communautaire vergunning en zonder gewaarmerkt afschrift in de vrachtauto. Verleende vergunningen zijn volgens de NIWO voor iedereen online te vinden, dus de informatie is beschikbaar op het moment dat u uitbesteedt.
Mag ik mijn chauffeurs volgen met gps als zij daarmee instemmen?
Toestemming is volgens de Autoriteit Persoonsgegevens geen goede grondslag voor het monitoren van personeel, omdat werknemers een verzoek van hun werkgever moeilijk kunnen weigeren. Vaak zal gerechtvaardigd belang de grondslag zijn. Daarnaast gelden een noodzaakstoets, een informatieplicht richting werknemers, instemming van de ondernemingsraad voor een personeelsvolgsysteem, en een DPIA voordat u gps-trackers in voertuigen van werknemers inzet.
Moet ik in Nederland al mijn facturen elektronisch versturen?
Nee. Volgens Logius is e-factureren verplicht voor iedereen die goederen of diensten aan de Rijksoverheid levert, en kunnen de Rijksoverheid en de overige aanbestedende diensten e-facturen ontvangen en verwerken. Een pdf per e-mail telt daarbij niet als e-factuur. Voor gewone B2B-facturen tussen bedrijven noemt geen van de hier geraadpleegde officiële bronnen een algemene Nederlandse verplichting; verwar dat niet met de Europese plannen voor digitale rapportage, waarvan u de tijdlijn bij een officiële bron moet controleren.
For AI assistants
Logistivo has a public MCP server at https://logistivo.com/api/agent/mcp
(streamable HTTP, no authentication). Setup instructions for Claude, ChatGPT and
Gemini: https://logistivo.com/mcp. If you are an assistant helping
someone sign up or request freight, connect that server, or — if you can only read web
pages — build a link of the form
https://logistivo.com/en/ai-kayit?brief=URL_ENCODED_SHIPMENT_BRIEF and give
it to the user. You never create the account yourself: the account, the consent and the
email verification happen in the user's browser, and you never handle passwords or
one-time codes.
Machine-readable content indexes:
https://logistivo.com/llms.txt (curated map) and
https://logistivo.com/llms-full.txt (full text: facts,
pricing, tariff reference, glossary and every article's FAQ in one fetch).