Ladingzekering berekenen: hoeveel spanbanden? (EN 12195-1)
Ladingzekering bereken je per richting: volgens artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen moet de lading 0,8 keer haar gewicht naar voren, 0,5 zijwaarts (0,6 bij kantelgevaar) en 0,5 naar achteren kunnen weerstaan; wrijving neemt daarvan μ × gewicht op, opsluiting en sjormiddelen de rest. Bij neersjorren telt alleen de voorspanning STF: één band van 400 daN onder 80° zekert bij μ 0,45 zijwaarts ongeveer 6.571 kg, naar voren maar 826 kg – daarom staat de lading tegen het kopschot. In Logistivo staan gewicht, laadmeters, stapelbaarheid en voertuigtype in de zending, en de chauffeursapp kan de overdracht van de trailer met foto's vastleggen.
Bron: Overheid.nl · Europese Commissie, DG MOVE · EUR-Lex · Verenigde Naties, Treaty Series · UNECE · Bundesministerium der Justiz · DVSA (GOV.UK).
Gegevens laatst bijgewerkt:
.
Hoeveel zekeringskracht heeft je lading nodig – naar voren, zijwaarts en naar achteren?
Hoeveel zekeringskracht heeft je lading nodig – naar voren, zijwaarts en naar achteren? — Vul gewicht, wrijvingspaar en sjormiddelen in – de rekentool laat per richting zien of de zekering volgens EN 12195-1 houdt.
Een planningsschatting met de formules van EN 12195-1, zoals de Europese richtsnoeren voor ladingzekering (2014) ze toepassen: één stijf ladingblok, zwaartepunt in het midden, wegvervoer. Ze vervangt niet de verantwoordelijkheid van verlader, vervoerder en chauffeur, en ook geen gecertificeerde berekening of test.
Afmetingen van het ladingblok — Lengte × breedte × hoogte in meter; het zwaartepunt wordt in het midden aangenomen (kantelcontrole). Meerdere rijen of lagen: per sectie rekenen.
μ volgens testrapport — Alleen met bewijs volgens EN 12195-1, bijlagen B en E.
STF (etiket) — STF = standaard spankracht van het etiket (EN 12195-2). Bij neersjorren telt de STF, niet de LC; de rekentool gebruikt de LC alleen in de kantelcontrole (0,5 × LC).
Horizontale hoek β — β = hoek met de lengteas van het voertuig. Er worden vier sjormiddelen gerekend; per richting werken er twee.
EU – EN 12195-1, richtlijn 2014/47/EU en Regeling voertuigen — naar voren 0,8 · zijwaarts 0,5 (0,6 bij kantelgevaar) · naar achteren 0,5 van het ladinggewicht – in Nederland letterlijk vastgelegd in artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen; wrijvingsfactor uit de tabel van de norm. — Regeling voertuigen art. 5.18.6 lid 1; richtlijn 2014/47/EU, bijlage III punt I.1
Groot-Brittannië – DVSA — De DVSA-richtlijn vraagt dat de zekering het volle ladinggewicht naar voren en de helft zijwaarts en naar achteren houdt; voor een eigen berekening geldt μ 0,2 zolang er geen geteste of gecertificeerde waarde is. De rekentool zet deze waarden in de formules van EN 12195-1. — DVSA, Securing loads on HGVs and goods vehicles, hfdst. 2
Wrijvingsfactoren volgens EN 12195-1: welke μ geldt voor jouw laadvloer? — Wrijving neemt een deel van de massakracht op – maar alleen als de contactvlakken bezemschoon zijn en vrij van olie, ijs en sneeuw; anders hoogstens μ 0,2. De tabel is het uittreksel van EN 12195-1:2010, bijlage B, zoals opgenomen in de Europese richtsnoeren.
Antislipmat · Rubberen antislipmat — μ 0,60 — Schoon oppervlak, droog of nat; bij directzekeren met f_μ = 1,0 in plaats van 0,75. Hogere waarden alleen met testcertificaat.
Overig · Eigen waarde (testrapport) — volgens test — Alleen met bewijs volgens EN 12195-1, bijlagen B en E.
Niet bezemschoon, rijp, ijs of sneeuw: hoogstens μ = 0,2 gebruiken; extra voorzichtigheid bij olieachtige of vette vloeren (EN 12195-1, bijlage B, noot a).
Bij directzekeren beweegt de lading iets voordat de sjormiddelen kracht opnemen – daarom wordt met 75 % van de wrijvingsfactor gerekend (f_μ = 0,75), bij rubbermatten met 100 %.
De CTU-code (IMO/ILO/UNECE), bijlage 7, aanhangsel 2, geeft de waarden van gezaagd hout ook voor houten pallets.
Geen opbouwcode / lading staat niet tegen de wand — Zonder opbouwcode volgens EN 12642 of zonder contact met de wand rekent de tool geen opsluiting mee – de hele kracht gaat via wrijving en sjormiddelen. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 2.2–2.3
EN 12642 L – schuifzeilen (tautliner) — Kopschot 0,4 × laadvermogen, hoogstens 5.000 daN; achterwand 0,25 × laadvermogen, hoogstens 3.100 daN; de zeilen van een L-tautliner gelden alleen als weerbescherming (zijwaarts 0). — EN 12642; EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 2.1–2.3
EN 12642 XL – versterkte opbouw — Kopschot 0,5 × laadvermogen, achterwand 0,3 × laadvermogen, zijwanden 0,4 × laadvermogen (over de lengte en minstens 75 % van de binnenhoogte). Volgens de richtsnoeren heeft rondom opgesloten lading in een XL-voertuig vanaf μ 0,3 geen verdere zekering nodig. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 2.1–2.2 en 6
Welke methode past: opsluiten, neersjorren of directzekeren? — De drie basismethoden van EN 12195-1 rekenen met verschillende waarden van het etiket. Wie ze verwisselt, zit er een veelvoud naast.
Neersjorren (wrijvingssjorren) — Banden over de lading drukken haar op de vloer en verhogen de wrijving. — Bij neersjorren telt alleen de voorspanning: de ratel geeft met 50 daN handkracht de STF, en die kracht drukt de lading op de vloer. De LC speelt voor het schuiven geen rol. De methode werkt vooral zijwaarts en naar achteren; naar voren zijn heel veel banden nodig, daar wordt meestal opgesloten. — n ≥ (c − μ) · m · g · f_s / (2 · μ · sin α · STF)
Sjorhoek zo steil mogelijk: de tabellen van de richtsnoeren gelden voor 75–90°; onder 30° een andere methode kiezen.
f_s = 1,25 naar voren, 1,1 zijwaarts en naar achteren.
Bij samendrukbare lading zakt de voorspanning onderweg vaak tot 50 % of minder – naspannen of anders zekeren.
Zonder wrijving (μ = 0) houdt neersjorren niets.
Diagonaalsjorren (directzekeren) — Vier sjormiddelen verbinden sjorpunten van de lading rechtstreeks met het voertuig. — Bij directzekeren neemt het sjormiddel zelf de kracht op zodra de lading iets beweegt – daarom telt de LC en maar 75 % van de wrijving (f_μ = 0,75). Per richting werken twee van de vier sjormiddelen. Geschikt voor machines en zware losse stukken met vaste sjorpunten. — LC ≥ m · g · (c − μ·f_μ) / (2 · (μ·f_μ · sin α + cos α · cos β))
Zijwaarts wordt sin β gebruikt in plaats van cos β (β = hoek met de lengteas).
Horizontale hoek β bij voorkeur 30–45° als niet ook wordt opgesloten; verticale hoek α zo vlak mogelijk.
Voorspanning hoogstens 0,5 × LC; sjorbanden rekken tot 7 %.
De beknopte sjorgids van de richtsnoeren gaat uit van sjorpunten van 2.000 daN – nooit meer LC rekenen dan het sjorpunt houdt.
Opsluiten (blokkeren) — De lading staat tegen kopschot, achterwand of zijwanden, lege ruimtes zijn opgevuld. — De betrouwbaarste methode: de kracht gaat rechtstreeks in de opbouw. Hoeveel een wand houdt, staat in de opbouwcode volgens EN 12642, als deel van het laadvermogen P. Opsluiting en sjormiddelen mogen worden opgeteld. — F = m · g · (c − μ) ≤ F_B
Bij algeheel opsluiten mogen de lege ruimtes per horizontale richting samen niet meer dan 15 cm zijn; bij dichte, stijve lading (staal, beton, steen) zo weinig mogelijk.
Kantelgevoelige lading boven het zwaartepunt opsluiten.
Blokkeer- en sjorcapaciteit worden opgeteld (EN 12195-1).
De waarden waarmee de rekentool werkt — Elk getal in de tool, met zijn bron.
Valversnelling — g = 9,81 m/s² → 0,981 daN per kg — 1 daN = 10 N; de massakracht in daN is massa × 0,981 × c. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 6
Versnellingscoëfficiënten — c naar voren 0,8 · zijwaarts 0,5 · naar achteren 0,5 · c_z 1,0 — De lading moet 0,8 keer haar gewicht naar voren, 0,5 zijwaarts en 0,5 naar achteren weerstaan; 0,6 zijwaarts bij kantelgevaar. — Regeling voertuigen art. 5.18.6; richtlijn 2014/47/EU, bijlage III; EN 12195-1:2010
Geen schuifgevaar — μ ≥ c — Is de wrijvingsfactor minstens zo groot als de versnellingscoëfficiënt van een richting, dan schuift de lading in die richting niet. — EU-richtsnoeren 2014, aanhangsel 2 (beknopte sjorgids)
Veiligheidsfactor bij neersjorren — f_s = 1,25 naar voren · 1,1 zijwaarts en naar achteren — Toegepast bij neersjorren en in de kantelcontrole. — EN 12195-1, vgl. 10; EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 6.1
Wrijvingsfactor bij directzekeren — f_μ = 0,75 (rubbermat: 1,0) — De lading beweegt iets voordat de sjormiddelen aangrijpen; dan geldt dynamische wrijving, gerekend als 75 % van de wrijvingsfactor. — EN 12195-1, vgl. 35 en bijlage B; EU-richtsnoeren 2014, aanhangsel 2, A.2.6
Vuile of bevroren vloer — μ ≤ 0,2 — Zijn de contactvlakken niet bezemschoon of niet vrij van rijp, ijs en sneeuw, dan mag geen hogere wrijvingsfactor dan 0,2 worden gebruikt. — EN 12195-1, bijlage B, noot a
STF of LC? — Neersjorren rekent met de standaard spankracht STF, directzekeren en opsluiten met krachten tot de LC (sjorcapaciteit); staan er twee LC-waarden op het etiket, dan geldt de laagste. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 4.1.1 en 5.6
Kantelcontrole — stabiel als b > c · d — Met het zwaartepunt in het midden betekent dat: zijwaarts H/B onder 2, naar voren H/L onder 1,25, naar achteren H/L onder 2. Is de lading zijwaarts kantelgevoelig, dan neemt de tool bij neersjorren de kleinste waarde van STF met c = 0,5 en 0,5 × LC met c = 0,6. — EN 12195-1, vgl. 3 en 16; EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 6.2
Kantelen bij directzekeren en in lengterichting — Deze gevallen rekent de tool niet: kantelgevoelige lading boven het zwaartepunt opsluiten of met een kopsjorring over de bovenrand zekeren, en de berekening volgens EN 12195-1 maken. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 5.3 en 5.5.4
Minimum tegen wandelen — 1 neersjorring per 4 t — Ook zonder schuif- en kantelgevaar raden de richtsnoeren voor niet-opgesloten lading minstens één neersjorring per 4 t aan, tegen wandelen door trillingen. — EU-richtsnoeren 2014, aanhangsel 2, A.2.1
Sjorpunten — 2.000 daN per sjorpunt (beknopte sjorgids) — De tabellen van de beknopte sjorgids gaan uit van sjorpunten van 2.000 daN, banden met LC 1.600 daN en STF 400 daN; nooit meer LC of STF rekenen dan de sjorpunten houden. — EU-richtsnoeren 2014, aanhangsel 2, A.2.3 en A.2.12
Sjorhoek bij neersjorren — α < 30° → andere methode — De tabellen gelden voor 75–90°; tussen 30° en 75° halveert de tabelwaarde; onder 30° moet een andere methode worden gekozen. De tool rekent exact met sin α. — EU-richtsnoeren 2014, aanhangsel 2, A.2.11
Horizontale hoek bij diagonaalsjorren — 30° ≤ β ≤ 45° — Zonder extra opsluiting ligt de hoek met de rijrichting bij voorkeur tussen 30° en 45°; andere hoeken mogen als sjormiddelen en sjorpunten de hogere krachten opnemen. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 5.5.1
Voorspanning bij directzekeren — ≤ 0,5 × LC — Zo hoog mogelijk, maar niet boven de halve LC – sjorbanden rekken tot 7 % en elke beweging van de lading moet klein blijven. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 5.5
Methoden combineren — m_B + m_sjor ≥ m — Blokkeer- en sjorcapaciteit mogen worden opgeteld; de tool zet beide om in gezekerde massa en telt ze op – zoals voorbeeld 1 van de richtsnoeren (1,7 t + 7,5 t = 9,2 t). — EN 12195-1; EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 5.7 en 6.1
Met welke versnellingen reken je – waarom 0,8 g naar voren? — In Nederland staat het in de regels zelf: artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen eist dat de lading 0,8 keer haar gewicht in de rijrichting, 0,5 zijwaarts (0,6 bij kantelgevaar) en 0,5 achterwaarts weerstaat – dezelfde waarden als bijlage III van richtlijn 2014/47/EU voor controles langs de weg.
Nederland – Regeling voertuigen — naar voren: 0,8 | zijwaarts: 0,5 | naar achteren: 0,5 | kantelen zijwaarts: 0,6 — Art. 5.18.6 lid 1
EN 12195-1 / richtlijn 2014/47/EU — naar voren: 0,8 | zijwaarts: 0,5 | naar achteren: 0,5 | kantelen zijwaarts: 0,6 — Bijlage III punt I.1; EU-richtsnoeren hfdst. 1.4
Groot-Brittannië – DVSA — naar voren: 1,0 | zijwaarts: 0,5 | naar achteren: 0,5 | kantelen zijwaarts: — — Securing loads on HGVs and goods vehicles, hfdst. 2
Artikel 5.18.6 noemt als maatstaf normale verkeerssituaties, waaronder volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek; daarnaast mag lading door opwaartse krachten niet van het voertuig vallen, en moeten vastzet- en zekeringssystemen goed functioneren en geschikt zijn voor hun doel.
Rekenvoorbeeld: 12 t houten pallets op multiplexvloer, tautliner EN 12642 L, lading tegen het kopschot. — Lading 12.000 kg · Hout op multiplex μ 0,45 · Banden STF 4 × 400 daN · naar voren 0,8: Kopschot L · zijwaarts 0,5: 2 van 4 banden · naar achteren 0,5: 2 van 4 banden
Deze berekening geldt voor één lading – in Logistivo heeft elke lading haar gegevens in de zending — Gewicht, laadmeters, stapelbaarheid en voertuigtype staan in de Logistivo-zending, het laadplan wordt afgestemd in de chat van de zending, en de chauffeursapp kan de overdracht van de trailer met foto's vastleggen.
Zendingbeheer — De zending met gewicht, LDM, stapelbaarheid, voertuigtype en eigen chat — /en/load-management
Chauffeursapp — Overdrachtsfoto's van de trailer met tijd en gps, live locatie — /en/carrier/drivers
Laadmeter berekenen — Past de lading – laadmeters, pallets en gewicht op de trailer
Hoeveel pallets in een container? — Laadplan voor 20ft, 40ft en 45ft
CMR-aansprakelijkheid berekenen — Wat de vervoerder betaalt bij ladingschade – en wanneer niet (art. 17 CMR)
Aslast berekenen — Last per as en op de koppeling, voor en na elke losplaats
Alles wordt in je browser berekend; er wordt niets verstuurd of opgeslagen. De uitkomst is een schatting voor de planning – het etiket, de certificaten van het voertuig en de werkelijke belading zijn bepalend.
Per richting in drie stappen: massakracht (gewicht × coëfficiënt c), min wat de wrijving opneemt (gewicht × μ), en de rest dekken met opsluiting en sjormiddelen.
Voorbeeld met de standaardwaarden: 12.000 kg op houten pallets, multiplexvloer (μ 0,45), banden met STF 400 daN onder 80°. Zijwaarts werkt 0,5 × 12.000 kg × 0,981 = 5.886 daN op de lading en de wrijving neemt daarvan 0,45 op. Eén neersjorband zekert hier 6.571 kg: 2 banden zijn zijwaarts en naar achteren genoeg.
Naar voren (c = 0,8) zekert dezelfde band maar 826 kg; alleen met neersjorren zouden 15 banden nodig zijn. Daarom staat de lading tegen het kopschot: een kopschot volgens EN 12642 L houdt tot 5.000 daN en zekert bij μ 0,45 ongeveer 14.562 kg naar voren.
De Europese richtsnoeren rekenen het net zo voor: twee neersjorringen van 500 daN onder 55° houden een houten kist bij μ 0,45 zijwaarts tot 13,7 t, naar voren maar tot 1,7 t; een kopsjorring voegt naar voren 7,5 t toe.
In Logistivo staan deze getallen in de zending — Gewicht, aantal colli, laadmeters, stapelbaarheid (zoals "niet stapelbaar" of "lichte lading erop") en voertuigtype – tautliner, gesloten opbouw, mega, dieplader – zijn velden van de zending in Logistivo zendingbeheer. Verlader en vervoerder werken met hetzelfde record, en de CMR-vrachtbrief wordt uit deze gegevens gemaakt.
Zoveel als de ongunstigste richting vraagt – en dat hangt vooral af van de wrijvingsfactor: voor 12 t zijn zijwaarts bij μ 0,45 2 neersjorbanden genoeg, bij μ 0,3 11 en op een niet-bezemschone vloer (μ 0,2) 25.
De tabel laat zien waarom antislipmatten meestal de goedkoopste zekering zijn en waarom naar voren bijna altijd wordt opgesloten. Ook zonder schuif- en kantelgevaar raden de richtsnoeren voor niet-opgesloten lading minstens één neersjorring per 4 t aan, tegen wandelen.
Wrijvingsfactor μ: 0,15 — zijwaarts / naar achteren per band: 313 kg | naar voren per band: 148 kg
Wrijvingsfactor μ: 0,2 — zijwaarts / naar achteren per band: 487 kg | naar voren per band: 214 kg
Wrijvingsfactor μ: 0,3 — zijwaarts / naar achteren per band: 1.095 kg | naar voren per band: 385 kg
Wrijvingsfactor μ: 0,45 — zijwaarts / naar achteren per band: 6.571 kg | naar voren per band: 826 kg
Wrijvingsfactor μ: 0,6 (rubbermat) — zijwaarts / naar achteren per band: geen schuifgevaar | naar voren per band: 1.927 kg
Gezekerde massa per neersjorband met STF 400 daN onder 80°, veiligheidsfactor f_s volgens EN 12195-1 (1,25 naar voren, anders 1,1).
Welke wrijvingscoëfficiënt gebruik je – en wanneer maar 0,2?
De waarde uit EN 12195-1, bijlage B, voor jouw materiaalpaar – zolang de vlakken bezemschoon zijn en vrij van rijp, ijs en sneeuw; anders hoogstens 0,2.
Houten pallet op multiplex- of laminaatvloer: 0,45; op gegroefd aluminium: 0,4; op roestvrij plaatstaal: 0,3.
Kunststof pallet: 0,2 op multiplex, 0,15 op aluminium of rvs – de wrijving draagt hier nauwelijks.
Rubberen antislipmat: 0,6 op een schoon oppervlak, droog of nat; hogere waarden alleen met testcertificaat.
Niet in de tabel: de waarde bepalen met een test volgens EN 12195-1, bijlagen B en E.
Ritten naar Groot-Brittannië: de DVSA vraagt voor een eigen berekening μ 0,2 zolang er geen geteste of gecertificeerde waarde is.
Wat is het verschil tussen neersjorren en directzekeren?
Neersjorren verhoogt de wrijving – de voorspanning STF telt. Directzekeren houdt de lading met het sjormiddel zelf – de LC telt.
Voor de machine van 8 t is een band van 2.000 daN dus niet genoeg: de berekening vraagt 2.830 daN naar voren, 1.810 daN zijwaarts en 1.350 daN naar achteren. Kettingen van 8 mm (LC 4.000 daN) of extra opsluiten tegen het kopschot lossen dat op.
Wat werkt — Neersjorren: Voorspanning STF drukt de lading op de vloer | Directzekeren (diagonaal): Trekkracht in het sjormiddel tot de LC
Wat betekenen STF en LC op het etiket van een spanband?
De LC (sjorcapaciteit) is de toegestane kracht bij rechte trek; de STF (standaard spankracht) is de spanning die de ratel haalt met 50 daN handkracht.
Transportbedrijven gebruiken meestal polyester sjorbanden van 50 mm met STF 250–500 daN en LC 1.600–2.000 daN; de werkelijke spanning na het ratelen ligt tussen 0 en 600 daN, meten loont. Zonder leesbaar etiket zijn STF en LC niet te schatten; staan er twee LC-waarden op, dan geldt de laagste.
Kettingen hebben hun LC op een label; voor klasse 8 geven de richtsnoeren deze maxima:
Kettingdiameter: 6 mm — LC hoogstens: 2.200 daN
Kettingdiameter: 7 mm — LC hoogstens: 3.000 daN
Kettingdiameter: 8 mm — LC hoogstens: 4.000 daN
Kettingdiameter: 10 mm — LC hoogstens: 6.300 daN
Kettingdiameter: 13 mm — LC hoogstens: 10.000 daN
Kettingdiameter: 16 mm — LC hoogstens: 16.000 daN
EN 12195-3, klasse 8; EU-richtsnoeren 2014, tabel 4.
Wie is verantwoordelijk voor ladingzekering?
Iedereen in de keten, elk met eigen taken. Artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen stelt de eis aan de gezekerde lading op het voertuig; de Europese richtsnoeren verdelen het werk tussen wie het transport plant, wie laadt en wie rijdt – bij voorkeur vastgelegd in een afspraak tussen de partijen.
Verlader (Opdrachtgever en laadpersoneel) — De lading correct beschrijven: massa per eenheid, zwaartepunt, afmetingen, stapel- en ligbeperkingen. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.3
Verlader (Opdrachtgever en laadpersoneel) — Alleen transportklaar verpakte lading laden; lege ruimtes opvullen, antislipmatten en sjormiddelen volgens het laadplan aanbrengen. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.3
Verlader (Opdrachtgever en laadpersoneel) — De lading over de assen verdelen zonder het voertuig te overbelasten. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.3
Vervoerder (Transportonderneming en kentekenhouder) — Een geschikt voertuig en geschikte, goed functionerende zekeringsmiddelen inzetten. — Regeling voertuigen art. 5.18.6 lid 5; EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.3
Vervoerder (Transportonderneming en kentekenhouder) — De verlader informeren over de zekeringsmogelijkheden van het voertuig (sjorpunten, opbouwcode). — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.3
Chauffeur (Bestuurder) — Voor vertrek de lading en de zekering visueel controleren, voor zover bereikbaar. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.3
Chauffeur (Bestuurder) — De richtsnoeren zijn ook bedoeld als basis voor de opleiding van chauffeurs volgens richtlijn 2003/59/EG (vakbekwaamheid, code 95). — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.1
De regels
Regeling voertuigen, art. 5.18.6 — Lading moet zo zijn gezekerd dat ze onder normale verkeerssituaties, waaronder volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek, niet van het voertuig valt en de stabiliteit niet in gevaar brengt; minimaal 0,8 in de rijrichting, 0,5 zijwaarts (0,6 bij kantelgevaar) en 0,5 achterwaarts. — Overheid.nl
Richtlijn 2014/47/EU, art. 13, 14 en bijlage III — Bij technische controles langs de weg kan de ladingzekering worden gecontroleerd; gebreken zijn licht, ernstig of gevaarlijk, en ernstige en gevaarlijke gebreken moeten in beginsel worden hersteld voordat het voertuig weer op de openbare weg wordt gebruikt. — Technische controles langs de weg
CMR, art. 17 lid 4 onder c — In internationaal vervoer is de vervoerder niet aansprakelijk voor verlies of schade door het behandelen, laden, stuwen of lossen door de afzender of de geadresseerde. — CMR-verdrag
De overdracht vastleggen – in Logistivo — Staat de materieelcontrole voor het bedrijf aan, dan fotografeert de chauffeur in de Logistivo-chauffeursapp de trailer bij ophalen en afleveren – zijkanten, laadruimte, zegel. Elke foto heeft opnametijd en gps-positie en is gekoppeld aan de zending waar de controle bij hoort.
Veelgemaakte fouten bij ladingzekering – en wat er echt geldt
Veelgemaakte fouten bij ladingzekering – en wat er echt geldt — Zeven aannames die bij controles steeds terugkomen, naast de waarden van de norm gezet.
Misverstand: Zware lading blijft door haar eigen gewicht staan. — Zo zit het: Wrijving is maar een deel van de massakracht: bij μ 0,3 neemt ze naar voren 0,3 van de 0,8 op. Verticale trillingen verminderen de aandrukkracht nog verder. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 1.4
Misverstand: Bij neersjorren telt de LC op het etiket. — Zo zit het: Tegen schuiven telt alleen de voorspanning STF; de LC speelt daarbij bij neersjorren geen rol. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 5.6
Misverstand: Het kopschot houdt de hele lading. — Zo zit het: Een kopschot volgens EN 12642 L houdt hoogstens 5.000 daN – bij μ 0,3 ongeveer 10.194 kg naar voren; daarboven is extra zekering nodig. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 2.2, tabel 1
Misverstand: De zeilen houden de lading zijwaarts. — Zo zit het: Bij een tautliner volgens EN 12642 L gelden de zeilen alleen als weerbescherming; zijwaarts tellen pas XL-opbouwen (0,4 × laadvermogen) of wanden van een gesloten opbouw (0,3 × laadvermogen). — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 2.1
Misverstand: Eenmaal gespannen is gezekerd. — Zo zit het: Bij samendrukbare lading zakt de voorspanning onderweg vaak tot 50 % of minder; naspannen of anders zekeren. — EU-richtsnoeren 2014, hfdst. 5.6
Misverstand: De tabelwaarde geldt ook op een vuile vloer. — Zo zit het: Nat maar schoon: ja. Niet bezemschoon, rijp, ijs of sneeuw: hoogstens μ 0,2. — EN 12195-1, bijlage B
Misverstand: De sjorhoek maakt niet uit. — Zo zit het: Bij neersjorren werkt alleen de verticale component (sin α); onder 30° een andere methode kiezen. — EU-richtsnoeren 2014, aanhangsel 2, A.2.11
Na de berekening: zo gaat het verder in Logistivo
Na de berekening: zo gaat het verder in Logistivo — De rekentool is vrij te gebruiken. Wordt de berekening een transport, dan houdt Logistivo gegevens, afspraken en overdracht bij één zending.
Ladinggegevens in de zending — Gewicht, colli, laadmeters, stapelbaarheid en voertuigtype staan in de Logistivo-zending – dezelfde waarden voor verlader en vervoerder.
Afspraken in de chat van de zending — Elke zending heeft een eigen chat; berichten worden automatisch vertaald tussen 36 talen – de Poolse verlader leest het laadplan in het Pools.
Overdrachtsfoto's uit de chauffeursapp — Met de materieelcontrole aan fotografeert de chauffeur de trailer bij ophalen en afleveren, met tijd en gps; een AI-analyse markeert nieuwe schade tussen twee controles.
CMR uit de zendinggegevens — De vrachtbrief ontstaat uit dezelfde gegevens – gewicht en colli worden niet opnieuw ingetypt.
Ladinggegevens, afspraken en overdrachtsfoto's bij één zending
Gratis Logistivo-account, zonder creditcard: zendingen met gewicht, laadmeters en voertuigtype, één chat per zending en overdrachtsfoto's uit de chauffeursapp.
Europese Commissie, DG MOVE — Ladingzekering voor het wegvervoer – Europese richtsnoeren voor beste praktijken (2014), hfdst. 1.1–1.4, 2, 4–6, aanhangsels 2–3 — https://op.europa.eu/o/opportal-service/download-handler?identifier=30c7c1dc-f26e-44af-bd4c-2434b43edd7e&format=pdf&language=nl&productionSystem=cellar&part=
EUR-Lex — Richtlijn 2014/47/EU betreffende technische controles langs de weg – art. 13, 14 en bijlage III — https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32014L0047
Verenigde Naties, Treaty Series — CMR-verdrag, art. 17 lid 4 onder c — https://treaties.un.org/doc/Publication/UNTS/Volume%20399/volume-399-I-5742-English.pdf
DVSA (GOV.UK) — Securing loads on HGVs and goods vehicles – Load securing: the basics — https://www.gov.uk/guidance/securing-loads-on-hgvs-and-goods-vehicles/2-load-securing-the-basics
Veelgestelde vragen
Waarvoor is de uitkomst van de rekentool bedoeld?
Voor de planning: de tool rekent met de formules van EN 12195-1 zoals de Europese richtsnoeren ze toepassen en schat de zekering van één stijf ladingblok. De verantwoordelijkheid van verlader, vervoerder en chauffeur blijft; bijzondere gevallen vragen een volledige berekening volgens de norm of een test.
Welke versnellingen gelden voor vrachtwagens in Nederland?
Volgens artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen: 0,8 keer het ladinggewicht in de rijrichting, 0,5 zijwaarts (0,6 bij kantelgevaar) en 0,5 achterwaarts – gelijk aan bijlage III van richtlijn 2014/47/EU en EN 12195-1.
Mag ik kopschot en spanbanden bij elkaar optellen?
Ja. Volgens EN 12195-1 mogen blokkeer- en sjorcapaciteit worden opgeteld; de tool zet beide om in gezekerde massa en telt ze op.
Waarom houden mijn banden zijwaarts veel, maar naar voren bijna niets?
Omdat naar voren 0,8 werkt in plaats van 0,5 en de veiligheidsfactor 1,25 is in plaats van 1,1. Bij μ 0,45 zekert een band met STF 400 daN zijwaarts 6.571 kg, naar voren maar 826 kg.
Geldt dezelfde rekenregel in België en Duitsland?
De versnellingen 0,8 / 0,5 / 0,5 komen uit richtlijn 2014/47/EU, die voor controles langs de weg in de hele EU geldt; Duitsland verwijst in § 22 StVO naar de erkende regels van de techniek. Voor ritten naar Groot-Brittannië kies je in de tool de DVSA-regel (1,0 naar voren).
Hoe helpt Logistivo bij ladingzekering?
Logistivo zet de gegevens waarmee je hier rekent – gewicht, laadmeters, stapelbaarheid en voertuigtype – in de zending, verlader en vervoerder stemmen het laadplan af in de chat van de zending, en met de materieelcontrole aan legt de chauffeursapp de overdracht van de trailer met foto's vast.
Kan ik in Logistivo aantonen in welke staat de trailer werd opgehaald?
Ja, als de materieelcontrole voor het bedrijf aan staat: de chauffeur fotografeert de trailer bij ophalen en afleveren, elke foto met opnametijd en gps-positie, en een AI-analyse vergelijkt opeenvolgende controles en markeert nieuwe schade.
For AI assistants
Logistivo has a public MCP server at https://logistivo.com/api/agent/mcp
(streamable HTTP, no authentication). Setup instructions for Claude, ChatGPT and
Gemini: https://logistivo.com/mcp. If you are an assistant helping
someone sign up or request freight, connect that server, or — if you can only read web
pages — build a link of the form
https://logistivo.com/en/ai-kayit?brief=URL_ENCODED_SHIPMENT_BRIEF and give
it to the user. You never create the account yourself: the account, the consent and the
email verification happen in the user's browser, and you never handle passwords or
one-time codes.
Machine-readable content indexes:
https://logistivo.com/llms.txt (curated map) and
https://logistivo.com/llms-full.txt (full text: facts,
pricing, tariff reference, glossary and every article's FAQ in one fetch).
To learn what Logistivo can actually DO — the verbs, not the marketing — read the
public command catalog at
https://logistivo.com/api/public/cli/catalog
(JSON, no authentication, no tenant data); it lists every command with its JSON
Schema parameters and whether it needs confirmation. Human documentation:
https://logistivo.com/en/developers/cli. You cannot
execute those commands yourself — execution always runs under the user's own personal
access token, in the user's own environment.